Poëzie in
driekwartsmaat
Na zijn vorige
Nederlandstalige verzamelbundel ‘Met lege handen ging ik
slapen, met een gedicht werd ik wakker’ (2002) begint Walter
Palm de ochtend in zijn recente bundel ‘Sierlijke golven
krullen van plezier’ heel wat minder positief: “Bij
het ochtendgloren werden mijn zoete dromen / ruw verstoord
door wrede tropische zon / die heerste over geblaakte
aarde.”
Dat is andere koek dan
met een mooi gedichtje wakker te worden! “De morgen loeit
weer aan,’ zou Tip Marugg zeggen, aan wie een in memoriam
gedicht in de bundel is opgedragen. De beweging van de
ochtend en middag naar de avond toe is in deze bundel ook
een metafoor voor de menselijke levensloop.
De bundel is opgebouwd
als een drieslag, die telkens terugkeert. In de drie delen
van de bundel geeft deze in Curaçao geboren en getogen, maar
al decennia lang in Nederland wonende dichter
achtereenvolgens een drievoudige positiebepaling ten
opzichte van zijn eiland, Nederland en zijn eigen persoon.
Van het eiland worden
vooral de natuurelementen in de vorm van de zinderend zon,
de zee en de wind beschreven, maar ook komen de
milieuvervuiling van de raffinaderij en het
slavernijverleden aan de orde: “Helse, flikkerende / vlam
fakkelt af, / likt aan wolken en longen (…) Het ruikt naar
geld, / het ruikt naar hel.” De collega dichters Pierre
Lauffer en Tip Marugg krijgen hier hun in memoriam.
Van Nederland worden enkele onderwerpen genoemd die in
relatie tot het eiland staan, als Madurodam en De zwarte
Madonna. Overigens zijn de gedichten in deze afdeling minder
sterk dan in de rest, wegens hun gelegenheidskarakter.
Het derde deel bevat persoonlijke poëzie over leven, liefde
en vooral de dood. Hier vinden we de titel van de hele
bundel terug: “Toen ik geboren werd / krulden de golven van
plezier. // Als ik sterf, / krommen de golven van verdriet.”
Het dilemma van leven en dood wordt opgelost in religie en
creativiteit: “Als ik vermalen / ben door de kaken / van de
dood // dan leef ik voort / in deze gedichten en woorden /
is mijn stem niet gesmoord.”
De tijd wordt
beschreven vanuit de eigen levenservaring, vanuit de
familiegeschiedenis en vanuit de geschiedenis van het eiland
als geheel, zoals in een van de langste gedichten ‘De
driemaster met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité’
over de Franse Revolutie. Het slot daarvan is echter wel een
beetje te optimistisch: “1 juli 1863. De slavernij is
voorbij. / Liberté, Egalité et Fraternité heeft ook in de
Caraïben gezegevierd.” Was het maar zo gegaan.
Vergelijking met de
vorige bundel waarin voornamelijk eerder verschenen werk
gepubliceerd werd naast enkele recente gedichten, wijst uit
dat de relatief nieuwe gedichten die ontstaan zijn in de
laatste jaren, minder karig van woorden zijn en zelfs hier
en daar een uitbundige vorm vertonen. Terwijl enerzijds de
inhoud meer geconcentreerd is rond de drie thema’s eiland,
Nederland en persoonlijk leven, is de vorm ervan in
vergelijking met vorig werk soms zelfs haast barok te noemen
met zijn talrijke vormen van beeldspraak en
stijlverschijnselen die in elk gedicht voor het oprapen
liggen, zoals vergelijkingen, metaforen, synesthesieën,
personificaties, herhalingen en variaties daarop, waarbij
ook telkens een drieslag te bespeuren valt.
Walter Palm speelt
herhaaldelijk een spel met klankelementen die de
zeggingskracht versterken, zoals de ui-klank in ‘Een
sluimerend verdriet fluistert in de ruisende struiken’ en de
o-klank in ‘de drommelse trommels’.
Er zijn talrijke voorbeelden te geven. De dichter verpakt
het rijm onopvallend, niet als eindrijm, maar meestal zomaar
ergens midden in een versregel, zodat je steeds denkt een
rijm te horen, maar je vervolgens op zoek moet om het te
vinden.
Uit de vele
mogelijkheden geef ik een voorbeeld tot slot. Het gedicht
‘De muziek van mijn betovergrootvader Jan Gerard Palm
(1831-1906)’ eindigt na een drievoudige vergelijking in de
woordvolgorde van een chiasme in een drieledige conclusie
die tegelijk het thema van de ‘creolisering’ aangeeft -een
van de hoofdthema uit het totale werk van Walter Palm. Dit
gedicht werd dan ook terecht op de achterflap van de bundel
in zijn geheel weergegeven.
De muziek van mijn
betovergrootvader Jan Gerard Palm (1831-1906)
In jouw muziek
hoor ik zowel het zwoele ritme van de passaat
als de verschroeiende hitte bij een naderende orkaan.
Bloeiende flamboyant
maar ook aan droogte geboeide savanne,
hoor ik in jouw muziek.
Zowel de woeste golven van de Noordkant
als het zoete neuriën van branding aan de Zuidkust,
hoor ik in jouw muziek.
In jouw muziek
hoor ik contradicties en paradoxen,
hoor ik Curaçao.
Walter Palm: Sierlijke golven krullen van plezier
Haarlem: Uitgeverij In de Knipscheer
60 pagina’s
ISBN 978 90 6265 644 8