home  
 
  nieuwe bundel
   
 

biografie

 
  gedichten
 
  interview
 
  publicaties
 
  essay
 
  toneel
 
  verhalen
 
  contact
 


 

Walter Palm, een schrijver uit Curaçao

nederlands

papiaments engels


ARTIKEL DOOR OSCAR VAN DAM IN HET “ANTILLIAANS DAGBLAD” VAN 9 AUGUSTUS 2010 OVER DE GEDICHTEN-BUNDEL “SIERLIJKE GOLVEN KRULLEN VAN PLEZIER”.


Curaçao altijd in gedachten

De dichter Walter Palm (Curaçao, 1951) heeft met ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ een dichtbundel geschreven waarin Curaçao een belangrijke rol speelt.
Palm dicht op een liefdevolle manier over zijn geboorte-eiland. Onlangs is er een cd uitgegeven waarop Palm de gedichten uit de bundel voordraagt, waarbij elk
gedicht wordt geïntroduceerd door de auteur zelf.

Om te beginnen een persoonlijke noot: Ik heb Walter Palm alleen op Curaçao ontmoet. Meerdere malen zelfs. Palm woont in Nederland waar hij werkt voor het
ministerie van Justitie in Den Haag. Hoe hij er dan bij loopt, weet ik niet. Maar hier op Curaçao, waar Palm regelmatig is, lacht hij altijd. Zijn gezicht straalt,
zijn ogen glinsteren. Alsof hij geniet van elk moment dat hij weer op Curaçao is. Wie de achtste en meest recente gedichtenbundel van Walter Palm leest,
‘Sierlijke golven krullen van plezier’ kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Curaçao altijd dichtbij is in de gedachten van Palm.
Zijn gedichten zijn herinneringen aan zijn geboorte-eiland. Soms met regelrechte liefdesverklaringen, soms kritisch, soms puur intuïtief, vaak herkenbaar.
Herkenbaar is bijvoorbeeld de heimwee die Palm beschrijft naar de hitte van de zon en de afgetekende schaduwen (Palm schrijft over ‘messcherpe silhouetten’).
Vooral tijdens een regenachtige dag in Den Haag kan een Curaçaoënaar zomaar worden overvallen door een verlangen naar de zon. De titel ‘Winterzon versus
tropenzon’ zegt wat dat betreft al genoeg. Wie van Curaçao houdt en Curaçao ooit heeft verlaten weet hoe krachtig dergelijke herinneringen kunnen zijn.
Om een citaat te gebruiken: ‘Bij de evenaar/geen winterzon/die kiekeboe speelt/in een boerka van wolken’.

Voor wat betreft de liefdevolle herinnering aan Curaçao, zegt de titel van de bundel al genoeg: ‘Sierlijke golven krullen van plezier’. Er spreekt plezier uit de
herinnering aan de golven. Zo veel plezier dat zich in Nederland voorstelt dat de golven zullen krullen van plezier als hij weer op het strand verschijnt. Er spreekt
in de hele bundel een prachtig optimisme uit; en een onverwoestbare liefde voor alles op het eiland; de zon, de zee, de natuur, de mensen. Maar ook voor de
literatuur en de geschiedenis, getuige gedichten die Palm heeft opgenomen over de auteurs Pierre Lauffer (1920-1981) en Tip Marugg (1923-2006), maar ook
over componist, en betovergrootvader van Walter, Jan Gerard Palm (1831-1906).

De bundel bestaat uit drie delen. Deel 1, Curaçao, zit boordevol herinneringen aan het eiland. Vooral aan de zon, die zo'n grote invloed heeft en die verantwoordelijk
is voor de soms verzengende hitte. Zoals in het gedicht ‘De Zonnekoning’:

'Vanachter een steile berg
verschijnt elke ochtend de ijdeltuit,

spreidt parmantig zijn vurige, gouden veren over aderblauwe zee
splijt wolken, slijpt hemel tot een diepblauw juweel,

denkt dat hij heer en meester is...
Maar wij tropenbewoners, weten wel beter.

Na twaalf uur heer en meester
zal hij toch bloeden aan guillotine van de horizon.'

Of het begin van ‘Stilte voor de storm’: ‘Trillende hitte schreeuwt/schril van daken.//Woorden verbranden/in sidderende warmte,//smelten in verzengende hitte.'

Maar Palm overziet in zijn gedachten meer dan de zon. Hij dicht over natuur (De rotsen, Ochtendstond, Kalme zee, Onweer, De regentijd, om wat titels uit deel
1 te noemen), maar ook over de mensen (Carnaval!), maar ook over de minder mooie kanten. Zoals naar voren komt in een gedicht over de raffinaderij. Hoe je
het ook wendt of keert, een onlosmakelijk onderdeel van Curaçao. En Palm maakt zich, net als veel mensen in Curaçao én Nederland, druk over die industrie, zoals
blijkt uit het gedicht ‘De raffinaderij fakkelt af’.

'Helse, flikkerende
vlam fakkelt af,

likt aan wolken en longen,
zet met haar gloed

in lichterlaaie de nacht.

Roet bedekt alles
in rouw,

kleurt zwart
mijn gemoed.

Zwavelgeur knijpt
dicht de keel.

Het ruikt naar geld,
het ruikt naar hel.'

Deel twee van de bundel heet ‘Curaçao in het hart van Den Haag’. Het bevat voornamelijk gedichten die zijn geschreven voor bijeenkomsten of over specifieke
zaken die zich in Den Haag voordoen, of hebben voorgedaan, en een link met Curaçao hebben. Zoals Madurodam (gebouwd ter nagedachtenis aan de
Curaçaose verzetsheld George Maduro die in een Duits concentratiekamp is overleden), De Zwarte Madonna (van de Curaçaose architect Carel Weeber), de
Koninkrijksspelen in 2007 en de Collectie Antilliana van de Haagse bibliotheek. Deel drie is getiteld ‘De vluchtige kus van de zwarte vlinder’ en zijn mijmeringen
over het naderende einde, de dood. Het begint met het gedicht ‘Vijf uur ’s middags’, dat gaat als volgt:

‘In de verte had
een kerkklok
vijf uur geslagen.

Het begon donker te worden.
De weg lag er eenzaam
en verlaten bij, net als ik.

In de bocht
zag ik plotseling
Boeboe in een hagelwit pak.

Even schitterden
zijn gouden tanden
in het stervend licht.

Net voor de bocht
dacht ik aan mijn leven
dat achter mij lag

en aan allen
die mij dierbaar waren
en toen ging ik de hoek om.’

De titels van de daaropvolgende gedichten geven eenzelfde sfeer aan; de dood, het einde, het is altijd nabij. Om enkele titels te noemen: ‘Over de kale vlakte van mijn hart’, ‘Tussen de dood en de dood’, ‘In de schaduw van de dood’ en ‘De grillige dood’. Dit korte gedicht gaat als volgt: ‘Soms is de dood zo kortaf,/een hartaanval, een slagader die knapt./Boem, pats,/in de bloei van het leven.// Dan weer is de dood zo elegant./Geduldig wachtend op de levensavond,/op de levenswalm die vanzelf dooft/op de wals die stilvalt’.

De gedichten van Palm (die behalve poëzie ook toneelstukken, verhalen en essays schrijft) zijn over het algemeen niet lang, en in begrijpelijke taal geschreven.
Palm presenteerde eerder dit jaar zijn gedichtenbundel op Curaçao, daarbij droeg hij de gedichten ook voor. Een cd met voordrachten is nu ook uitgegeven.
Palm geeft voor elk gedicht een intro. Hij wil duidelijk dat zijn werk begrepen wordt en probeert met die intro’s elke mogelijke barrière te slechten, zodat iedereen hem
kan begrijpen. Het voorlezen doet hij ingetogen, maar ook tijdens het voordragen kan Palm zijn enthousiasme niet altijd bedwingen. Palm is een tevreden dichter, dat is duidelijk. En wie zijn boek heeft gelezen, en zijn gedichten beluisterd, kan hem niet anders wensen dan nog een lang leven op zijn geliefde Curaçao, waarbij hij ten volle kan genieten van de natuur. De gedichten zullen dan vanzelf volgen, of ze nu over de zon of de zee gaan, het leven of de dood. Palm speelt nu eenmaal graag met woorden, en ik kan me niet voorstellen dat hij daar snel mee op zal houden. Als afsluiter van dit verhaal het korte gedicht ‘Zee’, omdat het eenvoudig is,
handelt over de dood, maar tegelijkertijd zullen sommige lezers na het lezen ervan toch een glimlach niet kunnen onderdrukken vanwege de leuke taalvondst:

Zee

'Ik luister naar het monotone wiegelied
van de zee.

Toen ik geboren werd
krulden de golven van plezier.

Als ik sterf,
krommen de golven van verdriet.'


Walter Palm, ‘Sierlijke golven krullen van plezier’, 2009, Gedichtenbundel,
Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 64 pagina's.
Walter Palm, ‘Sierlijke golven krullen van plezier’, 2010, cd. Eigen uitgave.