Het was na vijven.
In de verte had
een kerkklok
vijf uur geslagen.
Het begon donker te
worden.
De weg lag er eenzaam
en verlaten bij, net als ik.
In de bocht
zag ik plotseling
een Boeboe in een hagelwit pak.
Even schitterden
zijn gouden tanden
in het stervend licht.
Net voor de bocht
dacht ik aan mijn leven
dat achter mij lag
en aan allen
die mij dierbaar waren
en toen ging ik de hoek om.